Pannenkoek met appel – appelflensjes
Ingrediënten voor 2 pannenkoeken :
150 cc water – 100 gr zelfrijzende bloem – 1 snuifje zout – 2 eieren – 1 of 2 appels - witte suiker – olie
Bereiding van het beslag:
water, bloem, een snuifje zout en 2 eetlepels witte suiker en een eetlepel olie mengen in een kom met een garde.
Klop de eieren los en meng ze er doorheen. Laat het deeg een kwartier rusten.
Gebruik de appel ongeschild. Haal het klokhuis er uit en snijd in dunne ronde schijfjes van ongeveer 4 mm dik.
Bakken:
Neem een koekenpan, giet er wat olie in.
Leg drie tot vier appelschijfjes (naargelang de grootte van de pan) in het midden van de koekenpan.
Bestrooi de appels met witte suiker en laat even bakken aan beide zijden. (strooi er eventueel wat kaneel over)
Haal de appels even uit de pan en leg op een bord – Giet daarna het beslag in de pan.
Verdeel de appels over de pannenkoek en druk ze even aan.
Strooi suiker over het flensje, vooral over de appels.
Bak op een zeer zacht vuurtje en laat vooral niet verbranden!
Als de bovenkant van het flensje bijna droog is draai het om en laat nog even bakken tot de suiker karameliseerd.
Let op:
Ervaren koks gooien pannekoeken en flenjes omhoog en vangen ze omgekeerd terug op in de pan. Dat kan alleen met ervaring en handigheid. Anderen gebruiken dan weer twee koekenpannen en brengen ze op elkaar om het flensje om te draaien. Weer andeeren gebruiken een spatel.
Een zeer veilige en gemakkelijke methode is het flensje op een (plat) deksel van een pan te schuiven en daarna omgekeerd in de pan te kiepen.
Gekarameliseerde suiker kan zeer heet zijn. Verbrand jezelf niet door suikerspatten.
Normaal hoef je geen extra suiker toe te voegen bij het opdienen maar natuurlijk mogen de echte zoetebekken er nog wat suiker bij doen.
